Docentenhandleiding

Versie 05-01-2008

 

Klik hier om de docentenhandleiding in PDF-formaat te downloaden.

 

Inhoud

 

1     Ontstaan van dit boek

2     Didactische keuzes

3     Website

  

 

1     Ontstaan van dit boek

 

In de afgelopen twintig jaar heb ik als hbo-docent honderden verslagen, werkstukken en (concept-)afstudeerrapporten doorgelezen, van feedback voorzien en beoordeeld. In de loop van de jaren is er een vast patroon in die feedback ontstaan omdat mij opviel dat steeds dezelfde dingen bij de studenten fout bleken te gaan.

In een eerste poging de ergste mankementen vooraf te voorkomen heb ik op een zeker moment een Standaardfouten-document van zo’n 25 bladzijden samengesteld en dat in mijn rol als afstudeercoördinator op ons instituut aan onze afstudeerders beschikbaar gesteld. Als iets beschikbaar is, wil dat overigens nog niet zeggen dat het ook gebruikt wordt. Nog altijd zijn er studenten die een rapport durven in te leveren, waar ze niet met de spelling- en grammaticacontrole van MS Word doorheen gegaan zijn!

 

In de loop van de tijd zijn mijn collega’s die afstudeerders begeleiden ook steeds nadrukkelijker gaan wijzen op het bestaan van het Standaardfouten-document. Desalniettemin was er in de zomer van 2006 een koppel studenten dat zijn rapport voor de tweede achtereenvolgende keer door twee collega’s afgekeurd zag worden op het Nederlands (in de ruimste zin des woords).

Na deze gebeurtenis werd ik door één van de twee studenten gebeld met de vraag wat ze nu moesten doen en of ík niet een keer naar hun rapport wilde kijken. Op mijn vraag of ze nu eindelijk eens de moeite genomen hadden om het Standaardfouten-document serieus te bestuderen, kreeg ik het te verwachten ontkennende antwoord. ‘Als jullie dat niet doen, heb ik ook geen zin om naar jullie rapport te kijken,’ was mijn reactie.

Twee dagen later kreeg ik een opgewekt stel studenten op bezoek. Ze waren in staat gebleken zeker 80 procent van alle mankementen aan hun rapport zelf te verhelpen en ze konden zelfs prima uitleggen wat er op allerlei plaatsen mis was en waarom. Het Standaardfouten-document had zijn waarde nogmaals bewezen.

 

Sinds twee jaar is het document verplichte kost bij een thema van tweedejaarsstudenten. Ze moeten het zelfstandig bestuderen en krijgen er één les over die bestaat uit het aanwijzen van zo’n 80 fouten en slordigheden in een tekst van twee A4, die ooit tijdens hetzelfde thema geproduceerd is door voorgangers van hen. Na afloop van die les komen er opmerkingen als ‘Dat ze het ooit zo hebben durven inleveren.’

De studenten krijgen na die ene les een toetsje in dezelfde stijl, waar ze verplicht een voldoende voor moeten scoren. Het effect van deze aanpak is enorm: het gemiddelde aantal fouten in hun projectrapporten is gedaald van ongeveer 250 naar 60. Door de verplichting te werken met een aangeleverde rapportsjabloon zien hun rapporten er stukken beter uit. Er zijn studenten die daarna thema’s doen bij mijn collega’s, maar even langskomen met de vraag of ik het Standaardfouten-document nog weer even kan mailen.

 

Voor de afstudeerders zijn er sinds een jaar nog meer documenten beschikbaar. Zo is er een rapportsjabloon die ze kunnen gebruiken als er geen geschikte voorhanden is. Ook is er een stel aanwijzingen voor het geval ze zelf een sjabloon willen ontwerpen. Er is een voorbeeld beschikbaar van een geschikte indeling van het eerste deel van hun afstudeerrapport. Zo’n voorbeeld is nuttig, want door het voorgekookte karakter van projectopdrachten op school hoeven ze zo’n eerste deel op school nooit te schrijven.

Al deze aanwijzingen hebben een zichtbaar effect: de context wordt beter beschreven dan voorheen, probleem- en doelstelling worden beter verwoord, de structuur van het afstudeerrapport is beter en het aantal fouten en slordigheden in de rapporten is een stuk lager. Het meest opvallende visuele verschil is dat de rapporten er vele malen professioneler uitzien dan voorheen.

 

Zoals u wel zult begrijpen is dit boek een uitgebouwde en samenhangende versie van al mijn documenten met aanwijzingen die nuttig blijken te zijn om een professioneel rapport te produceren.

 

  

 

2     Didactische keuzes

 

Het schrijven van dit boek was niet zo eenvoudig. Tegen studenten zeggen we weliswaar altijd dat ze moeten beginnen met een hoofdstukindeling, maar zo heeft het niet gewerkt bij dit boek. In dit hoofdstuk staat een uiteenzetting van de overwegingen die hebben geleid tot juist deze indeling van het boek en worden de keuzes gemotiveerd om bepaalde zaken wel of niet te behandelen. Een inspiratiebron bij dit betoog is het commentaar dat ik van een aantal docenten in het land op een conceptversie van het manuscript mocht ontvangen.

 

Top-down of bottom-up?

Zolang ik in het onderwijs zit, ben ik nooit een voorstander geweest van een top-downaanpak. Een mooi voorbeeld daarvan is te vinden in een boek over bedrijfseconomie dat ruim 500 bladzijden dik is en dat door propedeusestudenten bestudeerd zou moeten kunnen worden.

Het boek presenteert de bedrijfseconomische principes echter in een volgorde die alleen geschikt is voor mensen die het allemaal al weten en houdt geen rekening met de belevingswereld van de student. Van het vallen en opstaan in de afgelopen tweehonderd jaar op bedrijfseconomisch gebied is helemaal niets terug te vinden.

Als ik zo’n boek zou mogen herschrijven zou ik de volgorde compleet veranderen. Beginnende studenten kunnen zich prima voorstellen dat een student tijdens zijn studie een eigen bedrijfje begint, waar hij tien uur in de week aan kwijt is. De enige bedrijfseconomische vraag die op dat moment van belang is, is de vraag of hij wel winst maakt. (In het bewuste boek komt die vraag pas op bladzijde 360 aan de orde.)

Veronderstel dat de zaken van de ondernemende student zo goed gaan dat hij het werk niet meer in zijn eentje af kan. Dan vraagt hij een collega-student om in zijn bedrijfje te participeren. De eenmanszaak is een tweemanszaak geworden en er is nu een aanleiding om in zo’n boek iets over ondernemingsvormen te zeggen. Als het bedrijf nog beter gaat lopen, komt het moment dat er personeel in dienst genomen gaat worden en nog wat later dat er ergens een kantoortje gehuurd gaat worden. Opeens is er sprake van kostensoorten die er eerst niet waren en is er een geschikte aanleiding om dat onderwerp aan de orde te stellen. Vermoedelijk moet er nu weer een andere ondernemingsvorm gekozen worden. Uiteindelijk zou zo’n boek in mijn optiek eindigen met de belangrijkste kenmerken van een multinational.

 

Mijn overtuiging is dat zo’n bottom-upaanpak vele malen motiverender is voor studenten. Daarom begint Van verslag tot rapport heel bewust niet met een beschrijving van de rapportonderdelen maar komt dat onderwerp pas in het allerlaatste hoofdstuk van het boek ter sprake. Een propedeusestudent begint niet met het schrijven van een compleet rapport en daarom heeft het ook geen zin hem op dat moment te vermoeien met theorie die hij nog niet kan toepassen.

 

4C-ID?

Bij veel lezers zal wel enige bekendheid zijn met 4C-ID, een onderwijskundig model dat in het hoger onderwijs veel toegepast wordt. Ik ben geen voorstander van het dogmatisch toepassen van dit model, maar het model kent één principe dat ik van harte onderschrijf, namelijk je moet kennis en vaardigheden aanbrengen op het moment dat de student die zinvol kan toepassen.

Overeenkomstig dit principe heeft het geen zin om propedeusestudenten te leren welke rapportonderdelen er bestaan als ze deze kennis op dat moment niet kunnen toepassen. Wat propedeusestudenten wel doen is het uitwerken van in meer of mindere mate voorgestructureerde opdrachten die niet meer dan een of twee A4-tjes in beslag nemen. Waar je een student dan op af kunt rekenen is dat hij zo correct mogelijk Nederlands schrijft en van het begin af aan zo handig mogelijk gebruikmaakt van alle hulpmiddelen die hem daartoe ter beschikking staan.

 

Het ontwikkelen van goede gewoontes

Wie in een auto stapt, doet zonder er bij na te denken zijn gordel om. Voor studenten zou het net zo’n vanzelfsprekende gewoonte moeten zijn om de beschikbare hulpmiddelen voor het schrijven van verslagen en rapporten zo goed mogelijk te gebruiken.

Omdat studenten compleet internetgeoriënteerd zijn, begint het boek daarom al in het allereerste hoofdstuk met het aanreiken van online hulpmiddelen. Hoofdstuk 2 in het boek is gewijd aan enkele heel nuttige zaken uit MS Word, dat door vrijwel iedereen gebruikt wordt maar vooral klakkeloos gebruikt wordt.

Hadden we nog maar het prachtige onderwaterscherm van WordPerfect 5.1, want daarin kon de gebruiker precies zien wat hij aan het doen was. Waar je nu met MS Word soms schijnbaar onverklaarbaar vetgedrukte symbolen ziet, kon je in het onderwaterscherm van WP precies zien waar het vet begon en eindigde.

In MS Word bestaat de optie Weergeven en daarmee zijn wel een aantal verborgen zaken te zien. Een onmisbare goede gewoonte is het continu aan hebben staan van Weergeven. In het boek wordt dat met enkele geschikte voorbeelden aangetoond.

Een andere goede gewoonte is het gebruiken van de spelling- en grammaticacontrole van MS Word. Die is zeker niet volmaakt en wijst soms ook dingen aan die niet fout zijn en deze nuancering wordt in het boek ook aangebracht. Het pakket vindt echter heel evidente fouten en dat zijn dus fouten die volstrekt te vermijden zijn.

Op ons instituut coördineer ik het allereerste thema van de studenten. Bij de opdrachten tijdens dat thema geldt meestal dat ze acht punten krijgen voor de inhoud en twee punten voor het Nederlands en de verdere uiterlijke verzorging. In de randvoorwaarden staat elke keer vermeld dat die twee punten voor het Nederlands direct verdwijnen zodra blijkt dat ze het ingeleverde werk niet met de spelling- en grammaticacontrole hebben gecontroleerd.

Het is verbazingwekkend om te zien dat bij de allereerste opdrachten die twee punten voor het Nederlands bij vrijwel al die groepjes om de genoemde reden niet toegekend worden! Studenten op die leeftijd gebruiken MS Word dus al wel een jaar of tien en hebben zich in al die jaren dus nog nooit aangewend om de spelling- en grammaticacontrole van het pakket te gebruiken.

Het is echter nooit te laat, maar een boek alleen helpt niet. De studenten moeten er wel op afgerekend te worden.

 

Vakinhoudelijke collega’s

In hoofdstuk 1 staat een beschrijving van een les aan tweedejaarsstudenten met een tekst van twee A4 boordevol met fouten. De allereerste keer dat zo’n les als experiment gegeven werd, heb ik dat zelf gedaan. Het feit dat studenten mij niet kennen als docent Nederlands maar als inhoudsdeskundige maakte daarbij veel indruk. De boodschap dat correct Nederlands in en een professioneel uiterlijk van een rapport ook belangrijk zijn, kwam daardoor heel indringend over. De wetenschap dat deze zaken als integraal onderdeel van hun prestatie gezien worden en dat ze erop afgerekend worden, leidt tot heel ander gedrag van studenten en daar is het uiteindelijk om te doen.

 

Wie dit verhaal leest als docent Nederlands, weet dat sommige van zijn of haar vakinhoudelijke collega’s op dit gebied ook nog wel enige opvoeding kunnen gebruiken :)

Een middagje scholing is vast wel te organiseren, maar een boek alleen helpt niet. De vakinhoudelijke collega’s moeten hun studenten ook afrekenen op de zaken waar het in dit verhaal steeds over gaat. Van verslag tot rapport is niet alleen voor de studenten bedoeld, maar ook om vakinhoudelijke collega’s in staat te stellen verslagen en rapporten te beoordelen op de andere professionele aspecten dan alleen de inhoud.

 

Leren van fouten

Wie lang genoeg in het leven rondloopt, weet dat mensen het meeste leren van fouten. Het maakt daarbij niet zoveel uit of het fouten zijn die iemand zelf maakt of fouten die hij een ander ziet maken. Hoofdstuk 3 in Van verslag tot rapport is een uitgebreid hoofdstuk dat gewijd is aan veelgemaakte fouten. Het hoofdstuk zit op deze plaats in het boek omdat studenten er direct al profijt van hebben bij hun propedeuseopdrachten en omdat het heel prettig zou zijn als ze die fouten in de rest van hun schoolcarrière niet meer zouden maken.

Er zijn zeer veel soorten fouten in verslagen en rapporten denkbaar, maar in dit hoofdstuk is vooral gekozen voor een bespreking van fouten die

  • heel vaak gemaakt worden
  • door studenten relatief eenvoudig te herkennen en te vermijden zijn.

Als fouten eenvoudig te herkennen zijn, worden ze ook snel opgemerkt door de lezer (ook al is deze geen doctorandus Nederlands) en dan roepen ze irritatie op.

Aan wat studenten meestel wel goed doen, wordt geen aandacht besteed. Ik zie studenten zelden een tangconstructie gebruiken en daarom wordt deze niet besproken. Het verschil tussen bijvoorbeeld tenslotte en ten slotte wordt niet besproken omdat de grammaticacontrole van MS Word de gebruiker daar al op attendeert en er uitleg over geeft.

 

Vormgeving

Net als veelgemaakte fouten is vormgeving een onderwerp dat in veel andere boeken op dit gebied ontbreekt of nauwelijks aandacht krijgt. Mijn dochter, die journalistiek heeft gestudeerd, merkte zelfs op dat er in haar opleiding aan dat aspect helemaal geen aandacht werd besteed.

De gekozen vormgeving heeft een grote invloed op de fysieke leesbaarheid van een document. Als het om een (school)boek, een tijdschrift of professionele webteksten gaat, vindt niemand het vreemd dat daarover nagedacht wordt en dat er vuistregels bestaan die toegepast worden. Niet elke hbo-docent weet dat er in het bedrijfsleven en bij de overheid ook aandacht voor deze zaken bestaat en dat bedrijven soms wel meer dan honderd rapportsjablonen in gebruik hebben. Studenten moeten met dit verschijnsel kennismaken en dat gebeurt in hoofdstuk 4 van het boek.

Na de hoofdstukken over de hulpmiddelen en de veelgemaakte fouten, die toegepast kunnen worden op elke soort tekst, komt nu het moment dat een overgang plaatsvindt naar die onderwerpen die op verslagen en rapporten van toepassing zijn.

Het vormgevingsaspect fysieke leesbaarheid is daarvan het eerste onderwerp omdat de besproken zaken eenvoudig toepasbaar zijn en geen taalgevoel of andere vaardigheden vereisen.

 

Structuur en vormgeving

Het is onvermijdelijk dat er ook lastige onderwerpen in Van verslag tot rapport aan bod komen. Het structureren van een tekst is voor veel studenten moeilijk. Op macroniveau (het indelen in hoofdstukken) valt het nog wel mee, omdat er bij veel opleidingen standaardindelingen voor verslagen en rapporten bestaan. Gaat het om een stageverslag, dan levert de opleiding meestal wel een voorbeeldstructuur aan die gevolgd moet worden. Gaat het om een adviesrapport dat tijdens de opleiding of als afstudeerproject gemaakt moet worden, dan zijn er bij veel opleidingen standaardhoofdstukindelingen voor zulke rapporten beschikbaar.

Studenten vinden het lastiger om binnen een hoofdstuk te komen tot een goede paragraafindeling. Nog lastiger is het om te komen tot een goede indeling in subparagrafen en daarbinnen weer een goede indeling in alinea’s.

Ik ben een zeer ervaren auteur maar ik ben ook een geluksvogel. Bij mij gaat dit soort dingen vanzelf goed. De, in mijn ogen, meest geschikte structuur van Van verslag tot rapport is al schrijvende ontstaan en hetzelfde gebeurt nu ik met deze handleiding bezig ben. Waarom de structuur van het boek de meest geschikte is, kan ik alleen achteraf beargumenteren en het resultaat daarvan is in deze handleiding te lezen.

Wie als geïnteresseerde student deze tekst doorleest, moet vooral niet denken dat het bij hem ook vanzelf wel goed zal gaan als hij achter elkaar door schrijft. Ik heb te veel voorbeelden gezien van slecht gestructureerde teksten om te kunnen weten dat dit talent slechts bij een enkeling aanwezig is.

Er zijn verschillende manieren waarop ik in hoofdstuk 5 geprobeerd heb aanwijzingen voor het goed structureren van teksten te geven. Allereerst is het heel leerzaam bij voorbeeldstukjes tekst met een slechte structuur uit te leggen wat er mis aan is en om vervolgens te laten zien hoe het beter kan. Wie een slechte structurering herkent en aan kan geven wat er mis mee is, is meestal ook wel in staat een betere indeling te bedenken.

Ook heb ik geprobeerd een recept te geven voor de ideale alinea. Ik heb daartoe de alinea’s van een stukje tekst in het boek zelf achteraf geanalyseerd en op grond daarvan het recept samengesteld. Het nadeel van een goed voorbeeld is en blijft dat iemand wel kan zien dat het zo goed is, maar het is vervolgens nog niet zeker dat hij het daarna zelf ook kan. Wie topvoetballers ziet spelen, weet ook dat hij (een enkeling daargelaten) het zelf nooit zo zal kunnen.

Ik heb als auteur geparticipeerd in auteursgroepjes die boeken schreven voor het voortgezet onderwijs. Daarbij was sprake van een verplichte structuur voor de aan te leveren teksten. Daar heb ik enorm veel van geleerd en het bleek dat het mogelijk is elk onderwerp volgens die structuur te bespreken.

Een en ander verklaart ook het bestaan van specifieke rapportsjablonen bij bijvoorbeeld ict-bedrijven en accountantskantoren. De rapportsjabloon dwingt niet alleen de structuur af, maar zorgt er tevens voor dat alle noodzakelijke onderwerpen aan bod komen. Het is een heel adequate vorm van kwaliteitszorg.

Al deze ervaringen hebben geleid tot de volgende stelling. Verreweg de beste manier om studenten te leren hun tekst goed te structureren is de verplichting dat er niet meer dan drie koppen gebruikt mogen worden, namelijk een hoofdstukkop, een paragraafkop en een subparagraafkop.

Daarbij zijn er vuistregels die het heel eenvoudig maken om te herkennen dat er iets fout gaat. Als er vijf paragrafen op een bladzijde staan, dan staat vast die al die paragrafen te kort zijn. Als een subparagraaf langer is dan één bladzijde, dan dringt de vraag zich op of dat onderwerp niet recht heeft op zijn eigen ‘hoofd’paragraaf.

 

Opsommingen

Bij het schrijven van Van verslag tot rapport begon het onderwerp opsommingen als paragraaf in hoofdstuk 5. Na een tijdje bleek dat die paragraaf heel erg lang werd. Ook kwam in de problemen met mijn eigen regels, want binnen die paragraaf mocht ik natuurlijk alleen nog maar subparagrafen gebruiken en daar kwam ik niet mee uit. Het onderwerp bleek recht te hebben op zijn eigen hoofdstuk en dit verklaart het bestaan van hoofdstuk 6 Opsommingen.

 

Praktische tips en rapportonderdelen

Zo langzamerhand komt het echte rapport in beeld en de hoofdstukken 7 en 8 spreken wat dat betreft voor zich.

 

Het boek als voorbeeld

In schoolboeken wordt de lezer vaak rechtstreeks aangesproken met ‘je’ en staan zinnen in de stijl van ‘doe dit’ en ‘doe dat’. Omdat dit boek over rapporteren gaat, heb ik ervoor gekozen om dat niet te doen maar het boek ook te gebruiken als illustratie van alle regels die erin gepropageerd worden. Het strikte gebruik van slechts drie koppen is daarvan een voorbeeld.

Het boek wordt gelezen door mensen die eruit moeten leren hoe ze een helder verhaal moeten schrijven. Het is geschreven door iemand die gemakkelijk praten heeft, want het schrijven gaat hem heel gemakkelijk af. Om de lezer een hart onder de riem te steken vond ik het niet zo gek de lezer zo nu en dan deelgenoot te maken van de problemen waar ik zelf al schrijvende tegenaan gelopen ben.

 

 

 

3     Website

 

Bij Van verslag tot rapport hoort de website www.vanverslagtotrapport.nl en als u dit verhaal op de website aan lezen bent, betekent dat dat u die website ook gevonden hebt.

In dit hoofdstuk wordt uiteengezet welke rol de website naast het boek zal spelen.

 

Overzicht functionaliteiten

In de volgende tabel is te zien welke mogelijkheden er op de website zijn.

 

menuoptie

ingelogd zijn is noodzakelijk

docentenhandleiding

nee

rapportsjablonen

nee/ja

aanvullende informatie

ja

oefenmateriaal

ja

forum

ja

FAQ – contact

nee/ja

gebruikersovereenkomst

nee

registreren

nee

inloggen

nee

uitloggen

ja

profiel bewerken

ja

 

Als eerste zal worden ingegaan op registratie en inloggen, waarna de overige functionaliteiten besproken zullen worden.

 

Registreren en inloggen

Zowel docenten als studenten kunnen zich registreren. Docenten moeten meer gegevens invullen dan studenten, maar docenten krijgen zelf een permanent wachtwoord dat zij bij elk bezoek aan de website kunnen gebruiken.

Studenten krijgen echter geen permanent wachtwoord. Als zij willen inloggen, krijgen ze per keer dat ze inloggen een vraag van het systeem om woord xxx in regel yyy op bladzijde zzz van het boek in te vullen. Elke keer zal een ander woord uit het boek gevraagd worden.

Wie ingelogd is, kan onder de optie Profiel zijn gegevens wijzigen.

Bij registratie dient men akkoord te gaan met de gebruikersovereenkomst die voor het gebruik van het materiaal en de forums op de website geldt.

 

Docentenhandleiding

Hier kan de tekst van de docentenhandleiding gelezen en gedownload worden.

 

Rapportsjablonen

Als extra service bij het boek wordt aan de gebruikers een aantal rapportsjablonen beschikbaar gesteld. Wie niet ingelogd is, kan voorbeelden van de sjablonen bekijken maar om ze te kunnen downloaden is inloggen noodzakelijk.

 

Forum voor studenten en docenten

Op het forum kunnen gebruikers ervaringen met het boek en de website met elkaar uitwisselen. Ook kunnen studentgebruikers problemen en vragen met hun eigen teksten aan andere gebruikers voorleggen.

 

Aanvullende informatie

Het gaat hier om zaken die niet in het boek staan omdat ze teveel ruimte in beslag nemen of die een aanvulling vormen op het boek nadat het verschenen is. Hier kan bijvoorbeeld worden gedacht aan aanwijzingen voor Word2007 als aanvulling op de aanwijzingen voor Word2003, zoals die in het boek staan. Ook is hier ruimte voor extra voorbeelden van allerlei aard. Het kan gaan om stukken tekst, waarvan het origineel en een herschreven versie getoond wordt. Te denken valt ook aan voorbeelden van rapportindelingen die kenmerkend zijn voor bepaalde opleidingen.

In de praktijk zal de beheerder ervoor kiezen sommige informatie op het forum te plaatsen en andere hier (bij Aanvullende informatie) op te nemen. Iets dat op het forum ontstaan is, kan zo waardevol blijken te zijn dat het hier opgenomen zal worden.

Zonder in te loggen kan een bezoeker zien welke zaken hier te vinden zijn. Inloggen is noodzakelijk om deze zaken ook in te kunnen zien.

 

Oefenmateriaal

De belangrijkste toegevoegde waarde van de website is dat hier interactief oefenmateriaal te vinden is dat door de studenten geheel zelfstandig doorgewerkt kan worden. Daarmee wordt de rol van de docent niet overbodig, maar kunt u uw kostbare tijd nog beter besteden.

 

Op dit moment wordt uitgegaan van twee soorten oefenmateriaal:

  • het identificeren van reeds aangewezen fouten
  • het aanwijzen van fouten in teksten en het identificeren ervan.

Op de site staat de volgende tekst, waarin uitgelegd wordt welke soorten oefenmateriaal beschikbaar zijn.

 

 

Oefening 1

Bij deze oefening krijg je een tekst aangeboden waarin de fouten al aangewezen worden. Bij elke fout kun je uit een keuzelijst kiezen welke fout er gemaakt is. Je krijgt steeds drie kansen om de fout te identificeren. Bij een juiste keuze of na de drie pogingen zie je uitleg en een alternatief stukje tekst dat wel correct is.

Om deze oefening te kunnen doen moet je ingelogd zijn. Het is het handigste de oefening in één keer af te maken omdat het systeem niet onthoudt waar je de vorige keer gebleven bent.

Er zijn verschillende teksten voor verschillende opleidingen beschikbaar.

Kies hier je opleiding of de opleiding die het meest op de jouwe lijkt:

 

Oefening 2

Deze oefening lijkt op oefening 1, maar nu moet je zelf eerst in de tekst aanwijzen waar een fout zit en aangeven van welk type fout sprake is.

Bij de oefening wordt aangegeven hoeveel fouten er in de tekst zitten en wordt bijgehouden hoeveel fouten je ondertussen gevonden. Als je geen fouten meer kunt vinden, kun je dat aangeven. Het systeem geeft je een overzicht van je score en daarna loopt het systeem alle fouten langs die je niet gevonden hebt. Deze laatste optie werkt overigens alleen als je zelf 60% van de fouten gevonden hebt.

Om deze oefening te kunnen doen moet je ingelogd zijn. Het is het handigste de oefening in één keer af te maken omdat het systeem niet onthoudt waar je de vorige keer gebleven bent.

Er zijn verschillende teksten voor verschillende opleidingen beschikbaar.

Kies hier je opleiding of de opleiding die het meest op de jouwe lijkt:

 

FAQ

In de FAQ worden veelgestelde vragen over de site beantwoord. Op deze pagina kan ook contact opgenomen worden met de beheerder van de website.

 

Naar boven